Elk jaar koop ik een seizoenkaart voor een zitje bij NAC dat mijn kont nooit zal beroeren

Gisteren verscheen er een artikel in De Morgen waar onze aandacht op gevestigd werd. Wij willen het graag met u delen.

Joachim Pohlmann (°1981) is woordvoerder van Bart De Wever en schrijver. Zijn wisselcolumn met Kristof Calvo (Groen) verschijnt voortaan op vrijdag.

©Wouter Van Vooren

©Wouter Van Vooren

Het NAC van stampvoetbal op doorregende zaterdagavonden. Onze voeten koud en ons bier lauw. Het was afgrijselijk mooi slecht voetbal

Ik heb al quasi heel mijn leven een seizoenkaart van NAC. Voor wie er onder u nog nooit van gehoord heeft: NAC is een voetbalclub uit een Noord-Brabants provinciestadje, dat elk jaar poogt te stunten, daarin jammerlijk faalt en vervolgens vecht tegen degradatie. Buiten een fanatieke aanhang, is enkel onze naam een onderscheidende factor: het is mogelijk de langste clubnaam te wereld. Google het maar, het kan u ooit van pas komen op een quiz.

Hoewel ik elk seizoen trouw mijn abonnement aanvraag, ben ik al jaren niet meer in het stadion geweest. Niet uit tijdsgebrek of conflicterende agenda's. Meestal ben ik op nog geen 100 meter van het stadion. Maar ik zie de wedstrijd op een groot scherm in een café. Dat is evenmin uit luiheid of drankzucht. Het is een weloverwogen keuze. Sterker nog, ik beschouw het als een stil - zij het onopgemerkt - protest.

Ooit ging ik naar elke wedstrijd. Uren op de trein naar Leeuwarden om NAC ten onder te zien gaan tegen Cambuur. Ik had het ervoor over. Het veredelde amateurisme waar mijn vader mij mee naar toe nam. Het NAC van stampvoetbal op doorregende zaterdagavonden, met alle supporters dicht tegen elkaar aan geschurkt op een onoverdekte staantribune. Onze voeten koud en ons bier lauw. Het was afgrijselijk mooi slecht voetbal.

Maar ergens rond de eeuwwisseling veranderde dat. Plots hadden we nood aan een nieuw stadion, met klimaatgeregelde zittribunes. Werd er geleend om spelers te kopen die een seizoen later weer vertrokken zonder dat iemand er erg in had. Veranderde het bestuur van in tweed gehulde grijsaards naar Armani dragende golfers. En dreigde elk jaar het bankroet. Bij vragen daarover, kwam steeds hetzelfde antwoord: "We mogen de aansluiting met het moderne voetbal niet missen."

Ik stond daar niet bij stil. Tot een zonnige zondagmiddag. Het was de laatste wedstrijd van een alweer desastreus seizoen, en ik trok naar de loges om mijn beklag te doen bij de verzamelde bobo's. Ik was het beu, ik was boos, ik was beschonken. Het was mijn Theo Maassen-moment, de Nederlandse cabaretier die ooit in een vlaag van woede een UEFA-cup van PSV pikte. Ik beperkte mij tot een fles Martini, uit totaal gebrek aan UEFA-cups op het NAC-palmares.

Een teleurgestelde idealist heeft niet veel keuzes. Verbittering, cynisme of berusting zijn zowat de opties

Maar daar in de loges, met een fles Martini in mijn jaszak en een stuk in mijn kraag, drong het tot mij door. Mijn ideëel NAC, met loyaliteit en eer als centrale waarden, bestond enkel nog in mijn hoofd. Met die waarden kon het reële NAC van makelaars en sponsors weinig. Hun doel was de transfermarkt bespelen, nieuwe sponsors aantrekken en de merknaam NAC adverteren. Ik zag een voetbalwereld waarin de clubliefde was verdwenen en voetbal als product werd aangeboden.

Een teleurgestelde idealist heeft niet veel keuzes. Verbittering, cynisme of berusting zijn zowat de opties. Aanvankelijk zat ik enkel de eerste helft op café. Daarna bleef ik bij de toog als NAC tegen halftime achter stond. En vervolgens verhinderde altijd wel iets me om mijn barkruk te verlaten. Het regende. Of de zon scheen. Of het was bewolkt.

Eens kende ik de hele opstelling waarmee NAC in 1973 de beker won. Vandaag kan ik amper de nummers 10 en 4 van elkaar onderscheiden. Ik gaf het op hun namen te onthouden toen zij het opgaven zich voor mijn club te interesseren. En toch koop ik elk jaar een seizoenkaart voor een zitje dat mijn kont nooit zal beroeren. Mijn vriendin vindt het weggesmeten geld. Ik haal dan mijn schouders op. Het is en blijft mijn cluppie.

© 2014 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden

http://www.demorgen.be/opinie/elk-jaar-koop-ik-een-seizoenkaart-voor-een-zitje-bij-nac-dat-mijn-kont-nooit-zal-beroeren-a2081119/