Bedenkingen van een trouwe supporter.

Djingel bel, djingel bel ...

Eerst en vooral, nee dat is geen slecht Engels. Ten tweede, al diegenen die nu ‘Jingle all the way’ aan het neuriën zijn, zo gaat dat liedje niet. Maar ik zal het uitleggen, dus is het voor de volgende paar minuten: “Zitten en zwijgen.”   

Het is bijna 26 jaar geleden dat ik daar zat, op één van die machtige houten bankjes, mijn kerstpots scheef tot achter mijn oren getrokken, bevriezend van de koude, pintjes drinkend, wachtend op een zoveelste avond voetbalmagie.

Één van de vele passionele avonden, toen onze fanfare nog echt een fanfare was, de uil regelmatig overvloog en elke wedstrijd begon met “Onder de plooien onzer vlag”. En net zoals op andere voetbalavonden ‘Kwamen ons man’kens op ’t terrein’, sorry voor de kleine tekstuele aanpassing.

Spelers met ettelijke Antwerp jaren op de teller die deze wedstrijd kwamen spelen voor ons, de supporters, en onze club. Spelers waarvan je wist dat als ze ons embleem kusten, ze het meenden ook. Echte voetballers, met ronkende namen zoals Van Rethy, die elf voetbaljaren bij elkaar zweette op zijn Antwerp-teller, Van der Linden en Vanderveeren acht, en God uiteindelijk zeven.

En dan had je ons. Mensen met een Antwerp-hart, die zichzelf opwarmden, hoe koud het ook was. Aan alles, ja ik kan het echt niet beter zeggen, aan alles. Aan die fanfare, onze zegemarsch, de opkomst van de spelers en de negentig minuten voetbal. Onze uil ook. Naast elkaar stonden we, zingend, roepend, dronken lallend, week na week.

In de loop der jaren zongen we dan ook een repertoire bij elkaar met songs die bij ons allemaal anekdotes zullen oproepen.

Please don’t go, Say Oeh-ah en Springen voor Klak, Klak, Klak, … Den Abeels en de Gilles hebben we allemaal zien zitten in den bak en Kut Vandewalle ging compleet uit zijn dak. Ook Cindy kon er niet mee lachen. Degryse zijn vader werd nen travestiet en Walter Meeuws passeerde steeds met zijn red and white army!

Those were the years.

Maar nu is er geen fanfare meer, ambras in ’t kot met Stafke heeft daar voor gezorgd. Het is slechts één van de vele trieste episodes die onze recente club geschiedenis schreef. Een aaneenschakeling van foute keuzes, machtspelletjes en bovenal narcisme in plaats van clubliefde zorgde voor de neerwaartse spiraal waar maar geen einde aan lijkt te komen.

En een randfenomeen maakte alles nog erger.

Het anti-voetbalbeest genaamd ‘Modern football’ deed ook bij ons zijn intrede en sindsdien werd clubliefde ingeruild voor winstbejag, cirkelen makelaars tijdens voorbereidingen als gieren boven de Bosuil en hangen transferverboden als zwaarden van Damocles boven onze club telkens het versterkingsraam wordt geopend. Als spelers vandaag ons logo kussen, denken we allemaal hetzelfde. En onze uil, wel, die is al lang gaan vliegen.

Onze club heeft er dus al beter voor gestaan, daar is geen ontkennen aan.

Maar op 22 december 1987 bewezen wij met zijn allen dat niets onmogelijk is. We zetten toen druk als supporters en PSV beloofde om gratis een wedstrijd te komen spelen. De euforie was groot en op die koude dinsdagavond van 12 januari 1988, was het zover. 9.000 Antwerp supporters trotseerden de koude en betaalden inkomprijzen van 1000 tot 2000 Belgische frank. Mijn volledige spaarpot verdween in de doos die dag. En ook al verloren we kansloos met 1-4,  we hadden toch gewonnen.

De rest van het verhaal is er opnieuw één om ziek van te worden. Wat van ons was, werd weer van hen, en we werden, nog maar eens, verraden. Verkocht eigenlijk en zo voelden we ons ook. En vandaag staan we weer op het punt om als supporter verkocht te worden. Is het niet aan Capellen dan wel aan één of andere constructie met oude narcisten of stromannen allerhande.

“Is het voor jullie nog niet genoeg geweest?”, vraag ik mij af.

Want voor mij is het dat wel, voor mij is het genoeg geweest. De tijd is gekomen om revanche te nemen. Revanche op alles en iedereen die geen clubliefde kent, against modern football en vóór een toekomst voor onze club. Het is tijd om eigenaar te worden van onze club, want dat is ze wel degelijk: “Onze eigendom en van niemand anders.”

Het enige dat wij nog moeten doen is het nodige geld hiervoor verzamelen.

En zeg nu niet dat we dat niet kunnen. Als 9.000 RAFC-supporters bereid waren om 25 tot 50 euro te betalen voor één speler, dan zijn we toch zeker bereid om 135 euro te betalen voor onze club?!

En ACT geeft ons die kans, ze niet grijpen is ontoelaatbaar.

Nu donderdag aanstaande organiseert ACT as 1 een eerste ledenavond, maar ook niet leden zijn welkom. Adres: Ommeganckstraat 35, Antwerpen 2018, start om 19u30. Voor wie nog twijfelt, kom gewoon af, het kost je niets maar het zal je ongetwijfeld veel opleveren.

Oh ja, voor ik het vergeet, het ‘Djingel bel’-verhaal. Het verloop van de tekst bestond er uit dat een ander ploeg niet kon voetballen en Antwerp lekker wel. Welnu, ik ga dat liedje opnieuw zingen deze kerst, en met nieuwjaar. Want ik ga enkele mensen een ownership (lidmaatschap) van ACT as 1 cadeau doen. Ik hoef zelf niets onder de boom deze keer, of het moest nog een ownership zijn natuurlijk.

Want het enige wat ik wil, is dat ik mezelf recht kan aankijken in de spiegel als het moment van de revanche daar is. En op dat moment wil ik mede-eigenaar worden van mijn club. Niet zozeer omdat aasgieren ze  dan niet meer kunnen misbruiken maar wel omdat ik dan zelf mee kan beslissen wat er gebeurt met mijn club. Ik, jij, wij! En dat zou op zich het mooiste cadeau ooit zijn!

Jingle bel, Jingle bel …

 

Sven